De Opa van de Thee was een polderjongen (1)

Toen ik die middag een blik wilde werpen op het informatiebord bij het Hunderen, stonden daar al twee dames. Wandeldames. Je kent die types wel. Stijf ingesnoerde anorak, capuchon in de kraag, broek met afritspijpen, soepele stappers met profielzolen en de onvermijdelijke rugzak, waarschijnlijk gevuld met vitaminekaakjes en energiedrankjes. Ze namen gretig kennis van de vermelde gegevens. “Ja, dat boek van Hella Haasse, -Heren van de thee- ja, dat kenden ze wel”. Alle twee hadden ze het gelezen. Ze signaleerden zelfs dat “Heeren” met één ee moest. En op dat bord staat het met twee! Je voelt je er toch wat klungelig bij staan als je tegelijkertijd ook de naam van je eigen ‘’cluppie’’, fraai gestileerd, op datzelfde bord ziet staan.

We kwamen te praten over de rij namen van eigenaren van het Hunderen en natuurlijk waren de Kerkhovens het bekendst. Dat kwam dan op conto van Hella. Zij vertelt in haar roman ”Heren van de thee” de geschiedenis van Rudolph Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop. Zo heel lang hebben die Kerkhovens overigens niet op Hunderen gewoond. In 1810 werd Johannes Kerkhoven (1783 – 1859) eigenaar van het Hunderen. Opmerkelijk, zou je zeggen. Hij was een Amsterdamse bankier en actief in de ”grachtengordel” van zijn tijd (Herengracht 426). Zo’n rijke Amsterdammer weet toch amper waar Twello ligt, laat staan dat hij het Hunderen zou kennen. De zaak lag waarschijnlijk anders.

Op 10 juli 1810 trouwde onze Johannes in Amsterdam met Cicilia Johanna Bosscha, dochter van Herman Bosscha en Helena Zweers. De heer Bosscha behoorde in zijn functie als rector aan de Latijnse school tot het Deventers patriciaat en was waarschijnlijk bekend met dit landgoed. Hoewel in de Kerkhovense familiekring de vraag bleef bestaan of dochter Cicilia het als bruidsschat zou hebben ingebracht, valt uit de leenacteboeken van het vorstendom Gelre en het graafschap Zutphen anders te constateren. Johannes Kerkhoven kocht in 1809 Hunderen van Johan Frederik van Reede. “Johannes Kerkhoven laat registreeren en transporteeren op 13 van Grasmaand 1809 door C.A.J. van Boecop qq namens Frederik Johan van Reede te zijne behoeven en erven gepasseerd en uit hoofde van dien dit leen te zijnen name en voor zich overteekenen den 29 van Hooymaand 1809.” Het goed Hunderen moet toen groter geweest zijn. Uit diezelfde leenacteboeken valt op te maken dat Van Reede andere gedeelten van het oude goed uit de zeventiende eeuw verkocht aan Gerhardus Allardus Franciscus Keutschreuter. Dat deel werd beschreven als: ”een erve Arnhems goed of Cleyn Hunderen, groot ong. 18 margen, gelegen op Veluwen, in de kerspel Twello, buyrschap op Hunderen, aan den wech nae ter Wolde”.

Helaas kwam Cicilia na twee huwelijkse jaren te overlijden. Hun zoon Pieter werd in 1811 op Hunderen geboren en zou later als bekend medicus in Amsterdam praktiseren.

Volgende week meer.

woensdag 10 januari

Deel dit bericht