Gastles over leven in de DDR op Veluws College Twello

Twello- Anja Fricke vertelde aan leerlingen uit de derde klassen havo en atheneum van het Veluws College Twello over haar jeugd in de DDR. Ze was 11 jaar oud toen de Berlijnse muur viel. Ze woonde in de voormalige Duitse Democratische Republiek (DDR) in de Oost-Harz, preciezer gezegd in het schaakdorp Ströbeck. Het is een bijzonder dorp omdat schaken, toen de school nog bestond, een verplicht vak was in de DDR. Nog steeds komen schakers uit heel Europa naar Ströbeck. Sinds 2003 woont Anja Fricke in Nederland en is onder andere werkzaam voor het Duitsland Instituut Amsterdam. Deze organisatie verzorgt gastlessen door ‘Zeitzeugen’ aan jongeren in Nederland.

Ze nam de leerlingen mee naar de tijd dat zij als zesjarig meisje voor het eerst naar school ging en een ‘Schultüte’ kreeg, een grote puntzak gevuld met snoep. Niet zomaar snoep, maar ‘westers’ snoep. Haar puntzak was gevuld met spekjes, een lekkernij die in het voormalige Oost-Duitsland niet verkrijgbaar was. De spekjes waren door haar oma en een zus van haar oma (in West-Duitsland) heimelijk verstuurd en het was haar geluk dat deze lekkernij niet door de Oostduitse grenswachters achterover was gedrukt. De pop in de ‘Tüte’ interesseerde haar niet veel, maar die spekjes des te meer. Ze at ze allemaal alleen op …

Anja liet haar schooluniform zien. Een klein blauw broekje, een wit shirtje en een rood sjaaltje. Het schoolkostuum voor meisjes; ze droegen het allemaal. Voor de jongens waren er blauwe hemden. Jongeren waren lid van de communistische jeugdbeweging ‘Freie Deutsche Jugend’. Door leerkrachten werd er druk uitgeoefend om leerlingen ertoe te bewegen bij deze beweging aan te sluiten; 85% van de jongeren waren in het midden van de jaren tachtig lid van de FDJ. Iedereen hield iedereen in de gaten.

Anja liet de leerlingen ervaren onder welke regime onderwijs werd gegeven. Rekenen werd geleerd met het optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen met soldaten, bommen, granaten en tanks. De leerlingen moesten de leraar in elke les met een luid ‘Freundschaft’ begroeten en waren niet vrij in het geven van antwoorden. Ze moesten opstaan voor de leraar en voldoen aan het grootste goed, namelijk trouw zijn aan de Duitse Democratische Republiek. Dat ging nog voor het respect dat ze moesten tonen aan hun ouders. De staat was belangrijker dan het gezin. Ook in de klas was de druk van het regime voelbaar. Je kon je buurman of buurvrouw ook in de klas niet vertrouwen.

Toiletpapier voelde als schuurpapier. De vanuit het westen gestuurde pakketten werden onder andere met koffie en toiletpapier gevuld. Dat laatste werd enkel gebruikt als er gasten waren. Het was te kostbaar om zomaar dat zachte, geparfumeerd en geprinte toiletpapier te gebruiken.

Op de aanschaf van een telefoon moest men in de DDR 25 jaar wachten, een Trabant (auto) werd na bestelling pas na 13 jaar afgeleverd. Je moest dan maar afwachten welk type en welke kleur je zou ontvangen. Ze waren thuis blij met een kanariegele Trabant. Na aflevering bestelde je direct weer je volgende auto, want het zou weer jaren duren voor er een nieuwe geleverd zou worden.

Iedereen sportte in de DDR. De staat bepaalde aan welke onderdeel je deel mocht nemen. Anja was lang voor haar leeftijd en had grote voeten. Ze werd bij atletiek ingedeeld. Ze moest aan de middellange afstanden deelnemen, maar beschikte niet over eigen sportschoenen. Die moest ze delen met een andere meisje met even grote voeten. Het was voor haar te hopen dat ze tijdens wedstrijden niet op hetzelfde ogenblik zouden lopen, want dan kon ze niet deelnemen. Geen schoenen.

Anja wist ook het gevoel over te brengen hoe het is om de mensen om je heen niet te kunnen vertrouwen. Op elke hoek van de straat kon een verklikker zijn, een medewerker van de Staatssicherheitsdienst (Stasi) die je in de gaten hield. Maar je kon ook door je buurman of buurvrouw, zelfs door je eigen familieleden aangegeven worden als je verdacht was. Het gevoel onder de druk te moeten leven was benauwend.

Toen in 1989 de grenzen open gingen, ontstond er chaos in haar geboortedorp. Ineens waren er mensen weg; sommigen op zoek naar het geluk in het westen, anderen uit angst om opgepakt te worden, omdat ze deel uitmaakten van het totalitaire systeem. Haar wereld stond op de kop. Ze mocht niet meer rekenen met bommen, granaten en soldaten en snapte er niets van. Haar ouders hebben een maand gewacht voordat ze met hun Trabant naar het westen durfden te reizen. Ze durfden het niet te geloven dat er ineens van alles mogelijk werd. Zomaar zonder controle naar West-Duitsland en niet neergeschoten worden … ongelofelijk!

Met haar persoonlijke verhaal wist ze de leerlingen te boeien. Met haar presentatie gaf ze een kijkje achter het IJzeren Gordijn en liet leerlingen ervaren onder welke omstandigheden zij groot is geworden. Met deze gastles werd door de leerlingen hun Berlijnproject afgesloten. Ze waren al eerder in het schooljaar in de Duitse hoofdstad om zich tijdens een werkweek een beeld te vormen van deze destijds verscheurde stad. Anja Fricke gaf aan hun beeldvorming een extra dimensie.

woensdag 6 juni

Deel dit bericht