Levensloop van een bijzondere vrouw: “een leven in dienst van een ander.”

Twello- “Tjumah Satu-Satu Sadja” (vrij vertaald: enig in haar soort, the one and only.) Huilend kwamen deze woorden uit de mond van een bewoner uit de Molukse wijk in Twello. Hij nam daarmee bij de kist afscheid van Jacoba Wattimena-Halussij, overleden op dinsdag 28 april 2020. Treffende en kenmerkende woorden voor een bijzondere vrouw.

Nederlands-Indië

Op 28 maart 1932 is in de plaats Meester Cornelis (Nederlands-Indië) Jacoba Halussij geboren. In de koloniale tijd opgegroeid in een Moluks gezin als middelste van 13 kinderen. Haar vader is in 1924 gelijkgesteld aan de Nederlanders waardoor zij een westerse en tegelijkertijd een strenge, religieuze opvoeding heeft gehad. Zij ging naar de School met de Bijbel, een Europese-Hollandse School waar alleen kinderen van welgestelde ouders naartoe gingen. In de tijd van de Jappen heeft zij in een nonnenklooster gezeten. Hierdoor beheerste zij in woord en geschrift vloeiend de Nederlandse taal. In Batavia (nu Jakarta) heeft zij een begin gemaakt aan haar opleiding tot verpleegkundige.

Overtocht naar Nederland

In 1951 heeft zij samen met 12.500 Molukse KNIL-militairen (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) inclusief hun gezinnen per boot de overtocht gemaakt naar Nederland. De militairen op dienstbevel vanwege de politieke situatie en zij als verpleegkundige in opleiding om dienst te doen op het schip GOYA. Op de GOYA heeft zij zich met name ontfermd over de baby’s van diverse gezinnen.

Haar ouders hebben haar gestimuleerd om deze stap te zetten. Met name vanwege de politieke spanningen in Indonesië én voor een nieuwe toekomst . Dit betekende wel dat ze haar ouders moest achterlaten. Haar broers Mias en Mac gingen voor een nieuwe toekomst als verstekelingen met andere schepen mee naar Nederland. Broertjelief Njongky is bij de geboorte door haar ouders toevertrouwd aan de familie Pelletimu en met deze familie in Nederland terecht gekomen.

Kraamverpleegkundige

Van 1951-1954 heeft zij haar opleiding tot verpleegkundige gevolgd. Haar moeder had haar gewaarschuwd dat zij eerst haar opleiding moest afmaken en moest gaan werken. Die woorden heeft zij goed in haar hoofd geprent, want zij wilde onder geen beding terug naar Jakarta.

In Amsterdam werd zij opgevangen in het gezin van de Molukse dominee Tutuarima. Zij volgde in het Nederlands Hervormde Diaconessenziekenhuis aan de Overtoom de opleiding tot verpleegkundige. Daar haalde zij haar ‘witte kruis’ en was zij daarmee opgeleid tot A-verpleegkundige. In het Apeldoorns kinderziekenhuis heeft zij vervolgens haar aantekening behaald tot kraamverpleegkundige. In die periode kwam zij vaak in Teuge bij haar neef Jorgen Anakotta. Daar leerde zij haar man Abraham Wattimena kennen. 

Woonoord-kamp Teuge

Samen met Abraham Wattimena, met wie ze in 1956 is getrouwd, kreeg zij een woning toegewezen in het woonoord-kamp Teuge, een voormalig Duits kampement waar vanaf 1951 400-500 Molukkers werden ondergebracht. De woning aan de Fokkerstraat 6 stond bekend als de (kraam)kliniek met Jacoba Wattimena-Halussij als (kraam)verpleegkundige. De (kraam)kliniek heeft zij van 1955 tot 1971 samen met haar gezin bemenst en fungeerde tevens als eerste opvang voor zieke bewoners uit het woonoord-kamp Teuge. Zij had structureel overleg met en was de constante factor voor de dienstdoende huisarts dokter Nico Bessem en later dokter Gijs Bessem.

In genoemde periode was Fokkerstraat 6 de kraamkliniek van woonoord-kamp Teuge. Circa 350 bevallingen hebben onder haar begeleiding aan de Fokkerstraat 6 plaatsgevonden. De verloskundige uit Twello, Zuster Fijn, was door haar drukke baan vaak niet op tijd bij de bevallingen in Teuge. In de Molukse samenleving staat Zuster Coba bekend als de verlosmoeder (Mama Biang) van het woonoord-kamp Teuge. Veel kinderen hebben hun roepnaam aan haar te danken en veel meisjes zijn naar haar vernoemd (Jacoba, Coba of Babs).

Gezin Wattimena-Halussij

Saillant detail is dat zij tussen 1956 en 1973 zelf is bevallen van 9 kinderen en in Teuge haar werk als “verloskundige” tijdens en na haar zwangerschap niet heeft los gelaten. In een paar gevallen liep haar bevalling zelfs parallel aan een andere bevalling. Op 13 januari 1961 bijvoorbeeld heeft zij eerst mevrouw Tousalwa geholpen bij de bevalling om vervolgens later op de dag geheel zelfstandig haar dochter Jeanet op de wereld te zetten.

Sociaal-maatschappelijke betrokkenheid

Vanaf het moment dat zij in Teuge kwam te wonen, heeft zij zich naast haar drukke werkzaamheden in de (kraam)kliniek ingezet voor het wel en wee van de Molukse gemeenschap in Teuge en later in Twello. Zij manifesteerde zich als contactpersoon en zorgde met haar kennis van de Nederlandse taal gevraagd en ongevraagd voor de verbinding tussen de Molukse en Nederlandse samenleving. Vele verzoeken voor de kinderbijslag en belastingaangiften met name voor de 1ste generatie Molukkers zijn door haar afgehandeld.

Ook zat zij in de commissie die in overleg met de Gemeente Voorst en de woningbouwstichting eind jaren ‘60 – begin jaren ’70 de verhuizing van de Molukse gemeenschap van Teuge naar Twello heeft geregeld.

Vanaf circa 1966 is zij lid van de Badan Persatuan (BP; in 2017 opgeheven), de Molukse Eenheidspartij die in Nederland opkwam voor de Molukse belangen In Nederland en de RMS-regering in ballingschap politiek ondersteunde bij het ideaal naar een onafhankelijk Zuid-Molukken. In de loop van de jaren ’90 werd zij voorzitter van de BP afdeling Twello.

Haar levenswerk is het werk van de Here God. Vanaf 1980 is zij met een onderbreking van 2 maanden bestuurs- en kerkenraadslid van de Moluks Evangelische Kerk in Twello. Op 15 mei 2005 zou zij vanwege haar hoge leeftijd aftreden. Echter de bestuursverkiezing had toentertijd slechts 1 vrijwilliger opgeleverd. Op verzoek van de dominee en het feit dat zij zich verantwoordelijk voelt voor het werk van de Here God heeft haar doen besluiten om wederom in het kerkbestuur zitting te nemen. Zodoende is zij op 15 mei 2005 herbevestigd als kerkenraadslid. In haar ambt heeft zij onder andere een grote bijdrage geleverd aan het IKOO, het Interkerkelijk Overleg Orgaan, de voorloper van het Oecumenische gedachtegoed. Vanwege gezondheidsredenen was zij de laatste jaren rustend lid van het kerkbestuur. Met een onbezoldigde ambtstermijn van meer dan 38 jaar is zij formeel in 2018 terug getreden.

Alsof het allemaal niet genoeg is geweest, is zij in 2005 gevraagd voor en heeft zij zitting genomen in het adviesorgaan van de Lokale Omroep Voorst.

Koninklijke onderscheiding

In 2006 heeft zij een koninklijke onderscheiding ontvangen in de rang Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Burgemeester Van Blommenstein reikte het lintje uit. Hij benadrukte dat zij werd geëerd voor haar imponerende bijdrage aan de integratie van de Molukse gemeenschap en een belangrijke brug vormde tussen de Molukse en Nederlandse samenleving in de gemeente Voorst.

Mama, Oma, Overgrootmoeder Coba

Voor de kinderen, schoonkinderen, klein- en achterkleinkinderen was zij de motor van het gezin en de familie. Wat zij buiten het gezinsleven deed, vonden ze bij haar horen en normaal. Ondanks al deze nevenactiviteiten heeft zij het kenmerkende Molukse gezin en familie altijd draaiende gehouden in goede en slechte tijden. De bewustwording van de specifieke Molukse zeden en gewoonten in het belang van de Molukse identiteit stond voorop. Alle ingrediënten heeft zij haar nazaten meegegeven voor een juiste integratie in de Nederlandse samenleving.

Dankwoord

Onze moeder, oma en overgrootmoeder is op 28 april 2020 op 88-jarige leeftijd onverwachts overleden. Vanwege de Corona-crisis moesten we haar afscheid sober insteken. Desondanks hebben wij veel mensen op uitnodiging en op afspraak met in achtneming van de RIVM-maatregelen de mogelijkheid kunnen bieden om persoonlijk van haar afscheid te nemen. De verhalen en anekdotes die we toen hoorden, maakten nog meer voor ons duidelijk dat Jacoba Wattimena-Halussij niet alleen voor ons een bijzondere vrouw is geweest.

Een vrouw bij wie het leven in het teken stond van een ander: haar man, kinderen, schoonkinderen, klein- en achterkleinkinderen, de Molukse en Nederlandse gemeenschap en last but not least de Here God.

Wij willen iedereen, maar dan ook iedereen bedanken voor hun blijk van medeleven in welke vorm dan ook vanwege het overlijden van onze moeder, schoonmoeder, oma en overgrootmoeder.

Moge de Here God u allen zegenen.

Namens kinderen, schoonkinderen, klein- en achterkleinkinderen familie Wattimena-Halussij,

Stefan Wattimena

woensdag 1 juli

Deel dit bericht