Derde IJsselbrug: regionaal vraagstuk of eenzijdige koers?

Gemeente Voorst- De derde IJsselbrug, die aan de noordzijde van Deventer een verbinding zou moeten maken met de gemeente Voorst, blijft de gemoederen bezighouden. Het dossier heeft iets spookachtigs: veel verhalen, veel emoties, maar weinig zichtbare voortgang. Toch is het onderwerp actueler dan ooit, tegen de achtergrond van bevolkingsgroei, woningbouwdruk, mobiliteitstransitie en landschappelijke waarden. Wat allemaal beslag moet krijgen in de verstedelijkingsopgave in de Stedendriehoek. Door Jos Bosch

Steden onder druk, landschap onder spanning
De regio Stedendriehoek geldt als een van de woningbouwregio’s die antwoord moet geven op landelijke groeiambities. Deventer zoekt ruimte om te groeien. Tegelijkertijd is gemeente Voorst een plattelandsgemeente die haar landschappelijke kernwaarden koestert. Dat botst, zeker wanneer grootschalige infrastructuur ter sprake komt.

Op de cruciale vraag of een derde brug kan bijdragen aan bereikbaarheid, bestaat vooralsnog geen helder antwoord. De gemeenteraad van Deventer is verdeeld: over de brug zelf, over de mogelijke locatie en over de bredere verkeersstructuur van de stad. Wie dagelijks deelneemt aan het verkeer in Deventer, ziet dat het systeem al piept en kraakt.

Lost een brug iets op?
Dan dringt zich de vraag op: welke positieve invloed heeft een derde IJsselbrug werkelijk? Zorgt zij ervoor dat verkeer sneller de stad uit kan – en zo ja, waar gaat dat verkeer dan naartoe? Wegen gaan twee kanten op. Wat Deventer verlaat, moet er ook weer in. Met name in de avonduren stroomt de stad opnieuw vol. Een extra brug versterkt daarmee niet alleen de uitgaande verkeersstromen, maar ook de terugkerende druk op het stedelijk netwerk.

Wordt het interne verkeersprobleem daarmee opgelost, verplaatst of slechts uitgesmeerd over een groter gebied? Of ontstaat juist een versterking van verkeersbewegingen die de bestaande knelpunten opnieuw of zelfs verder onder druk zet?

De gevolgen voor gemeente Voorst
De gemeente Voorst heeft haar eigen vragen te beantwoorden. Pal tegenover Deventer Noord ligt Terwolde, waar de onrust bij iedere opleving van het dossier voelbaar is. Waar de brug ook zou landen, het verkeer zal zijn weg zoeken richting de A50. Dat betekent ingrepen in het open landschap en wellicht langs buurtschappen zoals De Spekhoek, De Wiek tot zelfs mogelijke effecten op dorpskernen Nijbroek of De Vecht.

Zou de nieuwe weg aansluiting moeten krijgen op de bestaande verbinding tussen Terwolde en Vaassen richting de A50? De huidige infrastructuur op Voorster grondgebied is daar niet op berekend. Of het nu gaat om een autoweg zonder aansluitingen of juist om nieuwe verbindingen met lokale wegen: extra verkeersdruk op Terwolde en Twello lijkt onvermijdelijk.

Verkeersmaatregelen met bijeffecten
In Terwolde zijn de afgelopen jaren verkeersremmende maatregelen genomen, waaronder drempels en een 30 km-zone in het dorp. Een belangrijk ongewenst effect is merkbaar: doorgaand verkeer zoekt alternatieve routes en wijkt uit naar smalle binnenwegen.

Ook op de Bandijk staan maatregelen te gebeuren om de snelheid uit het verkeer te halen. Begrijpelijk vanuit verkeersveiligheid, maar het versterkt wel het patroon dat gemotoriseerd verkeer wegen zoekt die juist niet geschikt zijn voor grote verkeersstromen.

Ook kansen, mits goed doordacht
Tegelijkertijd is het goed om ook de positieve kant te bekijken, áls de brug er zou komen. Denk aan kansen vanwege woningontwikkeling in Twello Noord, een alternatieve route naar Deventer en een snellere, logische verbinding met de A50. Dat kan de bereikbaarheid verbeteren en de verkeersdruk beter spreiden.

Voor Terwolde kan een verbeterde hoofdstructuur zelfs verlichting betekenen. Waar de verkeersmaatregelen praktisch averechts werken in de beleving van de inwoners, kan doorgaand verkeer daadwerkelijk worden afgevangen op ‘de nieuwe weg’ en daarmee bijdragen aan meer rust en veiligheid in en rond het dorp.

Ook de al langer besproken randweg aan de zuidkant van Twello krijgt in dat licht misschien een andere betekenis. Hoe noodzakelijk is die nog wanneer de verkeersafwikkeling richting Deventer en de A50 beter en slimmer wordt georganiseerd? En kunnen inwoners langs de verbinding tussen Deventer en de A50 uiteindelijk ook profiteren van betere aansluitingen en minder versnipperde verkeersstromen?

Gemeente Voorst: ‘dit is een regionaal dossier’
In een brief van 22 mei 2025 aan het college van Deventer stelt gemeente Voorst dat ‘de derde IJsselbrug als onderzoeksvraagstuk in lijn is met de regionale structuurvisie 2030’. Daarbij is afgesproken dat ‘wanneer de voorgestelde oplossingsmaatregelen niet voldoende effect sorteren, de nut en de noodzaak van een derde brug ten noorden van Deventer voor de lange termijn wordt onderzocht in regioverband’

Voorst benadrukt bovendien dat de derde brug een regionaal onderzoeksvraagstuk is en spreekt teleurstelling uit dat dit ‘niet in de regionale samenwerking op tafel ligt; dit is bij uitstek een regionale opgave’. Door Voorst niet aan de voorkant te betrekken, mist volgens het college ‘essentiële input voor een evenwichtige ruimtelijke koers’.

Regionale afweging ontbreekt
Die lijn wordt in een tweede brief, van 18 november 2025, doorgezet. Daarin stelt Voorst dat voor een derde IJsselbrug ‘het verkeerskundige nut en de noodzaak, met regionale meerwaarde, moet worden aangetoond’. Tegelijkertijd constateert de gemeente dat ‘de verkeerskundige effecten aan de zijde van Deventer beperkt zijn, terwijl de ruimtelijke en sociale consequenties voor de gemeente Voorst groot zijn’

Voorst maakt zich zorgen over het ontbreken van een regionale belangenafweging en ziet op dit moment ‘geen meerwaarde voor de derde brug’, terwijl deze wel wordt voorgesteld in de ontwerp-omgevingsvisie van Deventer. Besluitvorming hoort volgens Voorst thuis binnen het overleg van de Regio Stedendriehoek, niet als een eenzijdige koers.

Vooruitzien of vooruit schuiven
De brugplannen wegwuiven is geen optie. Maar een brug zonder samenhangende visie op landschap, leefbaarheid en regionale infrastructuur leidt al snel tot een patstelling – of tot besluiten waarvan de gevolgen pas zichtbaar worden als het te laat is.

Regeren is vooruitzien. Juist daarom verdient dit dossier een plek op de regionale agenda, waar het volgens gemeente Voorst ook thuishoort.

woensdag 28 januari 2026

Deel dit bericht