(DIEREN) DAG

‘Mevrouw, wij behandelen geen vissen,’ klinkt de meisjesachtige stem aan de andere kant van de telefoon. Het is de dag voor Dierendag en ik merk dat mijn konijn niet lekker in zijn konijnencolbertje zit. In mijn tuin staat een Hans & Grietje huisje waar een haan, twee kippen en twee konijnen in wonen. Het is een soortement van verlengde van het asiel; alles wat maar zielig, agressief of afgedankt is komt in het snoephuisje terecht. De haan, Beuker, was er als eerst. Het is nogal een flinke jongen en de mensen schrokken van zijn uiterlijk. Samen met twee kippen, mevrouw de Zwart en Light, heeft hij intrede gedaan in het houten hutje. Daarna kwamen de konijnen. Eerst een kleintje met een alcoholprobleem en een grote bek die bij de vorige eigenaren al was bestempeld als terror en een uit de kluiten gewassen Vlaamse Reus uit het dierenasiel. De reus heet Panty. ‘Nee, het is een koníjn. Hij héét Tonijn,’ leg ik de lieve dame aan de telefoon uit.

Ze grinnikt en vraagt wat er loos is.

Beuker was de eerste die me aan de mouw trok. Hij zei dat Tonijn nogal down was, de laatste dagen. Mevrouw de Zwart knikte gretig. Light is niet zo van het lullen dus die hield wijselijk haar snavel.
‘Tonijn is een beetje down, de laatste dagen. Hij maakt weinig grapjes en heeft geen praatjes. Gek, voor een ex-terrorkonijn.’
Het meisje begrijpt het en ik mag langskomen.
De aardige dierenarts voelt een bult onder de buik van Tonijn. Of ik de volgende ochtend wilde langskomen, dan konden ze hem in een roesje brengen en opereren.
Het is Dierendag, 08.01 uur, als ik Tonijn naar dezelfde aardige dierenarts breng.
‘Sorry,’ fluister ik naar het camelkleurige konijntje, ‘ik had me Dierendag ook een beetje anders voorgesteld. Maar als je thuiskomt hang ik slingers op en Panty zal een liedje zingen. Beuker haalt het bier en mevrouw de Zwart die bakt een taart.’
Hij spitst zijn oren en geeft me een knipoog. We weten allebei dat dit goed gaat komen.
Het is 11.34 uur als ik een goede rode wijn sta uit te zoeken in de supermarkt. Samsungringtone.
‘Mevrouw Kruitbosch? Met de dierenarts van Tonijn…’
De goedlachse dierenarts klinkt optimistisch en ik screen wat langs de wijnrekken.
‘Ik heb geen goed nieuws. Tonijn’s bult is een gezwel. Onder zijn dikke vacht is er nog maar een mager scharminkeltje van hem over. Hij deed wel zo stoer… Zijn achterpootjes deden het al niet meer en hij had zijn blaas… Nou ja, ook niet echt meer onder controle.’
Ik luister en hoor dingen als ‘waardig leven’ en ‘spuitje’. Als ik ophang heb ik inmiddels mijn mandje vol rode wijn en kan ik de kassa niet meer vinden. Achter me staat een moeder met haar dochter van een jaar of twee de kar vol te gooien met snoep voor de hond en de kat, speciaal voor Dierendag. Het leven heeft humor.
Het is 16.41 uur en ik moet het nieuws in het huisje vertellen. Ik zie Beuker de koelkast volpakken met Grolsch en mevrouw de Zwart met haar ovenwanten aan. Light staart in de verte en Panty is het welkomstlied aan het oefenen.
Ik schuif de deur voorzichtig open en de lucht van worteltjestaart bekruipt mijn neus. Als verstijft stoppen alle vier de dieren met wat ze aan het doen zijn en we zitten in een kring.
Nooit heeft Light een woord gesproken maar kan haar snavel nu niet houden.
‘Hij komt niet meer terug, hè?’
We huilen, drinken bier en eten worteltjestaart.
Het is avond als ik met een vriend in een restaurant zit, mijn misère weg te eten en te drinken.
‘De vis van de dag is vandaag tonijn,’ vertelt het blonde meisje uit de bediening.
Het leven heeft humor. Vaak prachtig gekleurd, soms gitzwart als een konijnencolbert.

woensdag 11 oktober

Deel dit bericht