Van toen en dichtbij

Terwolde- Begin juni kreeg ik (Wim Tempelman) van mevrouw Elise Holtman als vertegenwoordigster van het Comité Open Monumentendag Gemeente Voorst het volgende verzoek: “Omdat ik graag deze Monumentendag meer aandacht wil geven aan verhalen, heb ik de archivaris van de gemeente Voorst gevraagd naar een aantal kleine en grote (waargebeurde) verhalen, die zich op het grondgebied van de gemeente Voorst hebben afgespeeld en die op de een of andere manier verbonden zijn met de rest van Europa. De archivaris is de archieven ingedoken en heeft een viertal leuke en bijzondere verhalen geschreven. Graag zou ik deze verhalen voorafgaande aan de Open Monumentendag bekend maken”. Mevrouw Holtman was van mening dat deze bijdragen een uitstekend onderkomen zouden krijgen in deze rubriek. Als een hommage aan de (terugtredende) archivaris maak ik met genoegen een aantal weken plaats voor deze “gastschrijver” die ook voor mij immer heeft klaar gestaan. Daarvoor hartelijke dank Annemarie.

Europeanen (1)

Over een Terwoldse kleuter, die wereldberoemd werd

Tegenwoordig wonen er in de gemeente Voorst mensen met verschillende nationaliteiten. Op 1 januari 2016 ging het om 35 verschillende nationaliteiten. Het lijkt iets van deze tijd, maar is dat wel zo? Zijn er niet altijd vreemdelingen geweest, die voor korte of langere tijd in de gemeente Voorst verbleven? Als je de index op het bevolkingsregister bekijkt, lijkt dat wel het geval. Tussen alle oer-Nederlandse namen vallen exotische namen als Marie Jeannette Louise von Huegenin, Wilhelm Schlössmann en Niels Kaj Jerne op. Wie waren deze mensen en hoe kwamen ze in Voorst terecht? Achter elke naam schuilt een verhaal en het verhaal van Niels Kaj Jerne is op zijn minst verrassend.

Niels Kaj Jerne was het vierde kind van de van het Deense eiland Fanö afkomstige Hans Jessen Jerne en de molenaarsdochter uit de omgeving van Esbjerg, Else Marie Lindberg. Vader Hans Jessen was een expert op het gebied van de koeltechniek en werkte in de vleesverwerkende industrie. Het echtpaar was niet honkvast: hun oudste zoon Thomas Christian werd in 1905 geboren in Malmö in Zweden, Karen in 1906 in Frederiksburg, Denemarken, Else Elisabeth in 1910 in Kopenhagen en de jongste zoon Niels Kaj kwam op 23 december 1911 in Londen ter wereld. Toen de eerste wereldoorlog in augustus 1914 uitbrak besloot het gezin naar Nederland te vertrekken. Vader Hans Jessen vond in Rotterdam werk in de vleesverwerkende industrie. In het neutrale Nederland vertoonde deze bedrijfstak een grote bloei als gevolg van de exportblokkades tussen de oorlogvoerende landen. De jongste dochter Emily werd op 23 november 1914 in Hoek van Holland geboren. In mei 1915 werd het gezin Jerne ingeschreven in het bevolkingsregister van Voorst. Het woonde korte tijd aan de Duistervoordseweg in Twello, maar vertrok al snel naar de dienstwoning van de nieuwe vleesfabriek van W.J. Lugard aan de Twelloseweg in Terwolde. Lugard, die jarenlang directeur was geweest van de in 1893 opgerichte zuivelfabriek Emstermate, besloot de bakens te verzetten toen de melkveehouders in de regio de coöperatieve zuivelfabriek de Boerenstand oprichtten. Hij besefte dat zijn melkfabriek geen toekomst meer had en besloot het te zoeken in de vleesverwerkende industrie. In februari 1915 vroeg hij vergunning aan om zijn stoomzuivelfabriek te wijzigen in een vleeswarenfabriek en exportslagerij. En toen kwamen de Jernes in zicht: vader Jerne werd bedrijfsleider van de nieuwe fabriek.

De omzwervingen van de familie waren echter nog niet ten einde, want een paar jaar later verlieten de Jernes Terwolde alweer. Uiteindelijk kwamen ze in Rotterdam terecht, waar vader Jerne werd aangesteld als directeur van de N.V. Rotterdamse Koel- en Vrieshuizen.

De Jernes zouden een vergeten voetnoot in de geschiedenis van Voorst zijn geworden, als niet één van de kinderen van Hans Jessen en Else Marie wereldberoemd zou zijn geworden. Niels Kaj Jerne, die na een afgebroken studie scheikunde in Leiden besloot in Kopenhagen geneeskunde te gaan studeren. De studie geneeskunde was echter ook geen succes en hij stopte er al snel mee. Hij was geen brave man en leidde een veelbewogen leven, tot hij uiteindelijk zijn studie toch weer oppakte en in 1947 afstudeerde. In zijn wetenschappelijk leven ging het hem na zijn afstuderen voor de wind. Hij werd bekend als immunoloog en had prestigieuze banen over de hele wereld. In december 1984 ontving hij als kroon op zijn werk de (gedeelde) Nobelprijs voor de geneeskunde voor zijn theorie over het immuunsysteem en de productie van monoklonale antilichamen. In de jaren na de Nobelprijs trok hij zich uit het wetenschappelijke leven terug in zijn huis in Zuid-Frankrijk, waar hij op 7 oktober 1994 op 82-jarige leeftijd overleed.

woensdag 5 september

Deel dit bericht