Regio- Toeval bestaat niet. Dat zeggen ze toch? Soms ben ik het daar mee eens, soms weet ik niet hoe het zit. Sowieso merk ik, dat ik steeds minder weet naarmate ik ouder wordt. Niet omdat ik vergeetachtig word, al maak ik daar wel vaak grapjes over, maar omdat het me steeds duidelijker wordt hoeveel meer er nog te leren valt.
Nou, vind je dat geen opwekkende gedachte vandaag? Dat de krant dan ‘toevallig’ precies op mijn verjaardag bij jou in de bus belandt en ik hier wat wegmijmer over het leven in al zijn onwetendheid en het mijne in het bijzonder.
Wat heb ik er dan van geleerd onderhand? En laat ik eigenlijk iets na, straks? Staan er strepen in het landschap van het leven waar ik aan bijgedragen heb, of moet ik die nog maken?
Hier in de bossen liggen ook geulen en goten, duidelijk door mensenhanden aangelegd. Ooit, lang geleden, toen er nog geen graafmachines en computergestuurd overzicht was. Soms, als ik daar dan wandel, doe ik mijn ogen halfdicht en stel ik me voor hoe het er toen uitgezien moet hebben. Al die bedrijvigheid van met elkaar een enorm project volbrengen. Verder willen en daarvoor in de modder willen ploeteren. Dat heeft wel wat.
Nu ik op slag van drieënvijftig worden sta, en ik het geluk heb dat ik al veel levensverhalen heb mogen vertalen naar een logisch geheel, zie ik nog beter hoeveel we op elkaar lijken. Hoe we allemaal ons beste beentje voor proberen te zetten in het ploeteren en aanmodderen dat leven heet. Hoe we bouwen en ontwikkelen, soms ook onderuit gaan en weer opkrabbelen. Met dezelfde motivatie en dezelfde intentie krijg je soms een ander resultaat.
Bij mij zijn ook vaak dingen mislukt. Rampzalig misgelopen of mild teleurstellend verlopen. Liefdes die niet bleven, huizen waar de fundering slecht was, banen waar de baas een enge man was en ik een slechte vechter. Nog steeds, bedenk ik me nu, ben ik een slechte vechter. Ik wil harmonie, lief en liefs. Ik wil samen en soms zonder. Niet om jou maar om wie ik ben. Een kluizenaar met af en toe een sociale tentakel.
Ik wil mezelf zijn, ook als ik afwijk van de standaard. Dat dat prima is of zelfs wel grappig. Ik wil helpen geulen graven en in mijn eigen huis de slingers ophangen. Ik wil werken, rusten, bouwen en ontwikkelen. Ik heb nog ambitie en wil het tuincentrum niet in om geraniums te kopen al ben ik wel dól op dahlia’s.
Ik ben een mix van alles en niks. Een mengeling van nostalgie en ambitie. Van verleden en verlopen, van toekomst en nog wat dromen. Ik word ouder zegt mijn spiegel maar ik ben nog geen oma. Maar als ik het ben, en als het dan nodig is, dat verzeker ik je, lig ik op mijn buik in de modder, samen met mijn kleinkind geulen te graven in het landschap van de generaties na mij.
Dat is denk ik mijn belangrijkste les. Groeien, ontwikkelen, overeind krabbelen. Daar heb je gewoon wat modder bij nodig. Daar moet je niet mee gooien, die gebruik je dan als mest.
woensdag 11 februari 2026
