Elkaar kennen en samen zorgen voor mens en landschap Een sterke gemeenschap begint dichtbij

Gemeente Voorst- Een samenleving die tegen een stootje kan, begint bij mensen die elkaar zien en kennen. Bij weten wie hulp nodig heeft en wat je zelf kunt bijdragen. Voor burgemeester Paula Jorritsma-Verkade zijn de zorg voor elkaar en de zorg voor het landschap nauw verbonden: een gemeenschap wordt sterk door samen verantwoordelijkheid te dragen voor wat waardevol én kwetsbaar is. Door Jos Bosch

Afgelopen zomer lag Paula Jorritsma-Verkade op een binnenvaartschip voor anker op het Haringvliet. Het was bloedheet, toen een zwaluw aan boord neerstreek. De zwaluw bleef de hele nacht. Oververhit en te moe om verder te vliegen, zo leek het. De volgende ochtend vertrok ze weer op eigen kracht.

Die kleine vogel brengt voor de burgemeester twee gedachten samen. Hij laat zien hoe kwetsbaar het leven is, maar ook wat nodig is om verder te kunnen: ergens kunnen landen, op adem komen en herstellen. “Daarvoor heb je een veilige plek nodig. En voor mensen is die veilige plek vaak een gemeenschap.”

Wat waardevol is, vraagt zorg
De woorden ‘Alles van waarde is weerloos’, van de dichter Lucebert, loopt als een rode draad door de burgemeester haar kijk op mens en omgeving. De zwaluw maakt die woorden tastbaar. Wat waarde heeft, kan zichzelf niet vanzelf beschermen. Dat geldt voor het leven om ons heen, maar ook voor de verbondenheid tussen mensen en de leefbaarheid van hun omgeving.

Het beeld van de vogel raakt voor haar aan een klimaat dat in een zorgwekkend tempo verandert. Verandering is van alle tijden, maar de huidige verandering wordt door mensen veroorzaakt en voltrekt zich veel sterker. Na een zomer van hitte en droogte brengt de herfst verlichting. “Maar de opgave verdwijnt niet omdat ons ongemak even voorbij is.”

Nederland kent de verhalen van de strijd tegen het water: de Afsluitdijk, de watersnoodramp en de Deltawerken. Ook gemeente Voorst heeft zulke herinneringen, waaronder de stormvloed van 1825, toen Steenenkamer onder water liep. Die verhalen geven houvast, waarbij hitte en droogte minder vanzelfsprekend passen in dat vertrouwde beeld.

Daarom zijn ook plekken en verhalen nodig die zichtbaar maken wat er vandaag op het spel staat. Het gemaal van Terwolde is voor Paula Jorritsma-Verkade zo’n herinneringsplaats: een plek die ons laat nadenken over water, landschap en onze verantwoordelijkheid daarvoor.

Elkaar kennen vóór de nood
De zwaluw vond een plek om te herstellen. Ook mensen hebben plekken en onderlinge verbindingen nodig waarop zij kunnen terugvallen. Sociale weerbaarheid ontstaat daarom al lang voordat het water stijgt, de stroom uitvalt of de samenleving onder druk komt.

Zij groeit aan keukentafels, op schoolpleinen, in dorpshuizen en kerken. Bij verenigingen, op erven en in straten waar mensen elkaar kennen. “Daar begint de veiligheid waar we in een crisis op terugvallen.”

Dreiging kondigt zich bovendien niet altijd met sirenes aan. Uitval van voorzieningen, cyberdreiging, polarisatie en internationale onzekerheid kunnen zich langzaam opbouwen. Bij een ernstige verstoring kan de overheid niet overal tegelijk zijn.

Draaiboeken en noodpakketten hebben hun functie, maar de wezenlijke vragen gaan over mensen. “Kennen mensen elkaar? Weten zij wie hulp nodig heeft en kunnen zij samen handelen?”

“Een noodpakket houdt je misschien drie dagen op de been. Een sociaal netwerk zorgt ervoor dat niemand drie dagen onzichtbaar blijft.” Voor de burgemeester ligt daarin het verschil tussen overleven en samen overeind blijven.

Landschap en gemeenschap groeien samen
Hoe samenwerking een gemeenschap én haar omgeving vormt, is in polder Nijbroek letterlijk zichtbaar. In 1328 gaf graaf Reinald II van Gelre opdracht tot ontginning van het drassige broekgebied ten noorden van Twello. Om daar te kunnen wonen en werken, moest het water worden beheerst. Dat vroeg om gezamenlijke inzet van de mensen die er leefden.

De Nijbroekers waren vrije lieden. Ze groeven sloten en weteringen, organiseerden het waterbeheer en maakten het land samen bewoonbaar. Autonomie, vakmanschap en samenwerking vormden zo zowel het landschap als de gemeenschap.

Vandaag vraagt diezelfde polder opnieuw om gezamenlijk handelen. Hevige regenbuien veroorzaken wateroverlast, terwijl langere droge perioden tot watertekort leiden. “Alleen een groot gemaal is niet genoeg. Er is samenspel nodig. Van poldersloot tot gemaal en van overheid tot grondeigenaar.”

Bewoners, agrariërs, waterschap en gemeente werken daarom samen aan oplossingen. De kennis van mensen die dagelijks met hun voeten in de klei staan, vormt het vertrekpunt. Zij kennen de bodem, het reliëf en de plekken waar water zich verzamelt. Betrokken mensen nemen anderen mee; trots op de polder wordt een bron van initiatief.

Samen zien wat nodig is
Die samenwerking krijgt concrete vormen: renovatie en uitbreiding van het elektrische gemaalgebouw aan de Bandijk, kleine stuwen om water langer vast te houden, herstel van oude slingeringen in weteringen en lokale metingen voor slimmer peilbeheer.

Ook knotwilgen, poelen, kruidenrijk grasland, roggeakkers en het historische rabattenbos krijgen opnieuw betekenis. Landbouw en natuur kunnen elkaar versterken, met aandacht voor maatwerk, biodiversiteit, bedrijfsopvolging en leefbaarheid.

Hier komen de zorg voor het landschap en sociale weerbaarheid samen. Mensen brengen hun kennis bijeen, zien wat nodig is en doen wat kan. “Niet iedereen draagt hetzelfde bij, maar iedereen kan iets bijdragen.”

Vertrouwen groeit dichtbij
Een weerbare gemeenschap begint met de vraag wat er al aanwezig is. Mensen met kennis en vakmanschap, ondernemers, verenigingen en informele netwerken. Maar ook scholen, kerken, dorpshuizen, buurtbankjes en erven waar mensen elkaar ontmoeten.

“Het zijn plekken waar vertrouwen groeit, verhalen worden doorgegeven en mensen ervaren: ik hoor hier, ik word gezien en ik doe ertoe.”

Die verbondenheid is een hoofdzaak. Wie elkaar vóór een crisis kent, weet tijdens een crisis sneller wie medicijnen nodig heeft, vervoer kan regelen, een sleutel heeft of overzicht houdt.

Juist de buurt biedt geborgenheid: een omgeving waarin je je kunt ontwikkelen en waarop je terugvalt als het minder gaat. Technologie vergroot onze wereld, maar kan de fysieke verbondenheid dichtbij ook verdunnen. Elkaar daadwerkelijk ontmoeten blijft daarom van betekenis. “We bestaan niet los van elkaar.”

Gehoord worden, ook bij verschillen
Samenwerken betekent niet dat iedereen hetzelfde moet vinden. Een sterke gemeenschap kan omgaan met verschillen. Spanningen verdwijnen immers niet wanneer ze onbesproken blijven; ze kunnen later terugkeren als wantrouwen of polarisatie.

Een eerlijk gesprek maakt zichtbaar welke ervaringen, belangen en waarden spelen. Het hoeft niet ieder conflict op te lossen of iedereen tot dezelfde toekomstvisie te brengen. Soms zijn meerdere scenario’s nodig. Juist verschillende inzichten kunnen nieuwe oplossingen opleveren.

Daarvoor moeten mensen merken dat hun bijdrage werkelijk invloed kan hebben. Hun mening vragen om een vooraf bedacht besluit te bevestigen, ondermijnt vertrouwen. “Vertrouwen groeit wanneer zij serieus worden genomen, afspraken worden nagekomen en het ook zichtbaar is wat er met hun inbreng gebeurt.”

Gehoord worden betekent dus niet dat je altijd gelijk krijgt. Wel dat er werkelijk naar je is geluisterd en dat jouw bijdrage zorgvuldig is meegewogen.

Een overheid die aanwezig is
“De overheid kan een gemeenschap niet maken. Zij kan haar wel versterken of onbedoeld verzwakken.” Daarom ziet de burgemeester de gemeente als een betrouwbare samenwerkingspartner die aansluit bij wat lokaal groeit.

Dat vraagt om aanwezigheid voordat iets misgaat, luisteren voordat plannen worden gemaakt en ruimte voor lokale kennis en initiatief. Als burgemeester wil zij mensen en partijen verbinden, bestuurlijke ruimte organiseren en hoop zichtbaar maken.

Daarbij horen steeds opnieuw de vragen: “Wie zien we nog niet? Wie horen we nog niet en wie hebben we nodig?” Het antwoord wordt gevonden door aanwezig te zijn waar het gebeurt en maatschappelijke resultaten centraal te stellen.

Hoop als werkwoord
Klimaatverandering, polarisatie, wateroverlast, droogte en internationale onzekerheid brengen onrust. Juist dan hebben we waarden nodig die richting geven: menselijke waardigheid, betrouwbaarheid, zorg voor elkaar en verbondenheid met het land en met generaties vóór en na ons.

Hoop speelt daarin voor Paula Jorritsma-Verkade een wezenlijke rol. “Niet als passief wensdenken, maar als werkwoord. Hoop betekent dat we de werkelijkheid volledig onder ogen zien zonder haar het laatste woord te geven.”

Die zorg reikt verder dan mensen. In en rond één boom leven talloze soorten; wij maken deel uit van datzelfde web van leven. Een weerbare gemeenschap zorgt voor bewoners én hun omgeving. Mensen kennen elkaar vóór de nood, verschillen mogen worden besproken en overheid en samenleving dragen samen verantwoordelijkheid.

“Zie het water, zie het land, zie de gemeenschap die ons draagt.”

woensdag 14 oktober 2026

Deel dit bericht