Gemeente Voorst- De gemeente Voorst heeft de afgelopen jaren samen met het COA meerdere panden, gronden en andere mogelijkheden voor asielopvang onderzocht. Geen van die verkenningen leidde tot een geschikte locatie. Omdat de wettelijke opdracht nog altijd niet is uitgevoerd, staat Voorst nu onder actief toezicht van de minister van Asiel en Migratie. Door Jos Bosch
Voorst moest op grond van de Spreidingswet uiterlijk op 1 juli 2025 opvang realiseren voor 156 asielzoekers. Dat is niet gelukt terwijl de opdracht blijft staan. De minister heeft de gemeente daarom op trede 3 van de interventieladder geplaatst. Dit betekent dat het ministerie en de gemeente concrete afspraken gaan maken over acties, termijnen en het vervolg.
Volgens wethouder Daniëlle Beumer kan bij inwoners het beeld zijn ontstaan dat de zoektocht na het afvallen van eerdere locaties is stilgevallen. In 2023 werd gekeken naar De Engelenburg; in september 2024 wees de gemeenteraad een voorstel voor de Kadijk af. Daarna bleef een nieuw locatiebesluit uit, maar achter de schermen ging de zoektocht door.
Breed gezocht met het COA
De gemeente onderzocht zowel bestaande panden als stukken grond waarop tijdelijke woonvormen zouden kunnen worden gerealiseerd. Ook kwamen aanbiedingen van pandeigenaren binnen. Soms trok een eigenaar zich later terug, soms vond het COA een pand niet geschikt en in andere gevallen waren er ruimtelijke of procedurele belemmeringen.
Welke panden precies zijn bekeken, maakt de gemeente niet bekend vanwege de vertrouwelijkheid van eigenaren. Wel benadrukt wethouder Beumer dat steeds samen met het COA is opgetrokken. Het COA is de uitvoerende partij, beoordeelt wat voor opvang nodig en haalbaar is en maakt doorgaans de afspraken met een eigenaar. “Zij kunnen dit niet alleen en wij kunnen dit niet alleen. Je hebt elkaar nodig”, aldus de wethouder.
Een belangrijk praktisch probleem is dat Voorst nauwelijks beschikt over grote leegstaande kantoren, hotels of vergelijkbare gebouwen. Ook zijn eigenaren terughoudend. Daarnaast moet bij besluitvorming de snelheid soms worden gecombineerd met zorgvuldigheid. Dat heeft niet tot een concreet resultaat geleid, maar volgens Beumer betekent dat niet dat de gemeente heeft stilgezeten.
Twee sporen opnieuw bekeken
De gemeente maakt nu opnieuw een inventarisatie langs twee sporen. Het eerste spoor is samenwerking met andere gemeenten. In het coalitieakkoord 2026-2030 wordt daarbij de mogelijkheid genoemd om taken rond asielzoekers en statushouders onderling uit te ruilen. Zo’n afspraak kan Voorst echter niet zelfstandig maken: andere gemeenten moeten daaraan willen en kunnen meewerken. Het college schat de kans dat dit op korte termijn lukt klein in.
Het tweede spoor richt zich op opvang binnen de eigen gemeente. Daarbij wordt opnieuw gekeken naar bestaande panden én naar mogelijkheden om opvang te creëren, bijvoorbeeld met tijdelijke woonunits op stukken grond. Als de huidige inventarisatie geen bruikbare optie oplevert, zal volgens de wethouder een volgend scenario moeten worden ontwikkeld. “Als het er niet is, dan moet je het creëren.” Zij benadrukt dat zulke processen niet van vandaag op morgen zijn afgerond.
Geen sporthal als reguliere opvang
In de wandelgangen speculeren inwoners onder meer over opvanglocaties ‘onder dwang’, openbare ruimtes die de gemeente zou moeten afstaan voor opvang, ten kosten van het reguliere gebruik. Het gebruik van een sporthal of dorpshuis is volgens de gemeente geen voor de hand liggend alternatief voor reguliere asielopvang. Zulke locaties kunnen bij acute nood tijdelijk als crisisnoodopvang worden ingezet, maar tellen niet mee voor de wettelijke taakstelling. Voor reguliere opvang stelt het COA bovendien eisen aan onder meer de inrichting en de periode waarin een locatie beschikbaar is.
Op 3 september sprak de gemeente ambtelijk met het ministerie. Dat ministerie heeft gezien hoe breed is gezocht, maar beoordeelt uiteindelijk het resultaat. Omdat Voorst nog geen asielzoekers opvangt, gebruikt het Rijk officieel de term ‘taakverwaarlozing’. Beumer vindt die benaming moeilijk, juist omdat volgens haar veel werk is verricht.
Gesprek in Den Haag
Binnenkort volgt een bestuurlijk gesprek met de minister in Den Haag. Dan worden concrete afspraken gemaakt over acties en termijnen. Als onvoldoende voortgang zichtbaar is of afspraken niet worden nagekomen, kan Voorst naar trede 4 gaan: een vooraankondiging dat het Rijk de uitvoering mogelijk overneemt. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente.
Wanneer inwoners meer duidelijkheid krijgen, hangt mede af van het gesprek met de minister en de lopende inventarisatie. Zodra een concreet plan ontstaat, zal de gemeente uiteraard hierover met de inwoners communiceren.
woensdag 23 september 2026
