Een onvergetelijke middag

Ze is 94 en woont in een verzorgingshuis. Sinds de lockdown op 19 maart verbleef ze in haar kamertje van 25m2 zonder balkon. Om de eenzaamheid een beetje weg te nemen kreeg ze elke dag een brief. Vrijdags drie: voor zaterdag, zondag en maandag. Het werden er in totaal 107. Dagelijks stopte ze de twee pagina’s in een map. Lezen en herlezen, verlangend naar de post van morgen. Dagelijks belde ze: ”Ik heb er weer één!” Haar babbelmoment, eindigend met de woorden: “Ik ga nu stoppen, ik ga de brief lezen.” Af en toe naar de “babbelbox”, contact met een raam er tussen. Een uitje, ze moet daarvoor naar beneden, zelf woont ze namelijk op de eerste verdieping. Even ontsnappen uit de bekende 25m2 ruimte. Begin juni mocht ze voor het eerst even naar buiten. Een half uur genieten van de buitenlucht in de rolstoel bij de ingang. Een half uur, daarna een andere bewoner. Eind juni weer bezoek op de kamer, knuffelgebaren op afstand, blij betraand lachen.

Vorige week mocht ze weer opgehaald worden. De nacht ervoor was ze gaan slapen met de gedachte “morgen ga ik uit!” Ze stapte voorin de auto, de rolstoel achterin. “Ik ben zo blij”, vertelde ze rondkijkend. Op Bussloo genoot ze van het uitzicht op het meer, de zwanen, de natuur met al het groen. De bomen waren kaal toen de lockdown begon. Van de slagroom bij de appelpunt ging een schep op de koffie. In het centrum van Twello was ze onder de indruk van de bloemenpracht in de bloembakken en straten. Maar er was meer, meer dan de natuur, de ruimte, het gevoel van vrijheid.

Ze ontdekte de “corona” ingerichte wereld.

De waarschuwende beschrijvingen bij de winkels, de desinfecterende gels binnen en buiten op de statafels, de strepen met anderhalve meter teksten op de grond. De winkelwagens met schoonmaakmiddel, de winkelmandjes met daarbij de beschrijving “wachten voor de winkel als deze op zijn”, niet meer dan 2 personen, de tafeltjes met twee stoeltjes op de terrassen ver uiteengezet.

Onder de indruk zei ze: “Ik zag het wel op televisie, wat is er veel veranderd.”

Postzegels had ze nodig. Ze wilde nog een kaart sturen naar nabestaanden, omdat ze niet naar de crematie mag. Bij boekhandel Oonk keek ze naar de grote witte stippen op de grond en zag ze het plexiglas bij de toonbank. De functie ervan werd haar verteld. Henk Poelakker luisterde en begreep dat de “corona-wereld “ nieuw voor haar was. Ze vertelde hem dat ze voor de eerste keer sinds 19 maart “buiten“ was. Haar gezicht straalde bedruktheid en blijdschap uit. Henk verkocht haar de postzegels en gaf haar een zakje met snoep. Hij keek haar aan en zei: “Die zijn voor u”. En dan breekt ze. Geëmotioneerd laat ze hem weten het ontzettend lief te vinden. De emoties van haar waren zo voelbaar, zo tastbaar. Het kleine gebaar, het zakje snoep, bracht iets heel moois.

Thuis moest ze haar terugkomst melden bij Mahmet, de “bewaker “, die bij de deur aanwezig is sinds corona tijd. Ze vertelde hem over de veranderingen, het vrije gevoel, over het waardevolle zakje snoep en dat ze deze middag nooit meer zou vergeten.

“Mevrouw”, zei Mahmet wat is dat fijn voor u.

En dan vertelt hij: ”Mijn opa is aan corona overleden. Ik mocht hem niet zien. Van Rutte mocht ik niet naar de begrafenis in Turkije. Ik besloot toch te gaan. Ik ben zo blij dat ik dat gedaan heb. Maar ik heb niet van zijn gezicht afscheid mogen nemen, en dat vind ik heel erg”.

Mijn schoonmoeder, 94 jaar, haalde een gehaakt opkikkertje uit haar tas en gaf die aan Mahmet.

Zijn ogen vulden zich met tranen: “Wat mooi, mevrouw, ik heb hier geen woorden voor, die zet ik voor altijd in mijn kamer.”

Ze is 94 jaar, maakte voor het eerst kennis met de “corona” ingerichte wereld. En vier mensen beseften hoe kleine dingen ook in deze wereld groots kunnen zijn. Wat een onvergetelijke middag.

Geschreven door Togram

woensdag 12 augustus

Deel dit bericht