Terwolde- Gebaseerd op een interview met Jurriënne Ossewold en haar gedichten en teksten bij gemaal Terwolde. Het vernieuwde gemaal bij Terwolde is sterk genoeg voor zijn taak van vandaag, maar stelt tegelijk de vraag of techniek alleen ook morgen nog het antwoord biedt op waterbeheersing. Op 3 oktober kan iedereen het gebouw bekijken en ervaren hoe water, landschap en mens hier al eeuwen met elkaar zijn verbonden. Door Jos Bosch
Lied van het gemaal
Aan de muur van het nieuwe gebouw, pal naast het historische gemaal, spreekt het gemaal zelf. In het ‘Lied van het gemaal’ noemt het zich de derde generatie. Jong, sterk en trots, voortgekomen uit eeuwen van vernuft en vindingrijkheid. Het weet wat het te doen staat en maakt leven in de polder mogelijk.
‘Na mij wordt het anders’
Daarna verandert de toon. De rivier trekt zich terug, de verbinding raakt verloren en onzekerheid overspoelt de krachtige pompen die het water voortstuwen. Zijn die krachten nog wel voldoende? De laatste regels kijken verder dan het gebouw: ‘Wat komt er na mij? Na mij wordt het anders.’
Daarmee vertelt het gedicht in enkele regels het hele verhaal van deze plek. Het vernieuwde gemaal is nodig om de polder leefbaar te houden. De pompen en de lagere waterinlaat bieden meer mogelijkheden dan hun voorganger. Toch staat hier geen monument met de gedachte dat water voorgoed te beheersen valt. Het gebouw markeert juist een kantelpunt. De techniek wordt sterker, terwijl de grenzen van diezelfde techniek steeds zichtbaarder worden.
Veranderende omstandigheden
Dat is geen sombere boodschap en evenmin kritiek op het werk van het waterschap. Wat nu is gerealiseerd, móest worden gebouwd. Maar het gemaal vertelt ook dat de omstandigheden veranderen. Langdurige droogte en perioden met veel water volgen elkaar op. De vertrouwde gematigdheid van het Nederlandse klimaat staat onder druk. Een installatie die water afvoert en vanuit de IJssel weer inlaat, kan die uitersten niet onbeperkt de baas blijven.
Drie generaties
De geschiedenis is in en rond het gehele complex te beleven. Het voormalige stoomgemaal vertegenwoordigt de eerste generatie. Vanaf 1951 nam een elektrisch gemaal het werk over. De installatie uit 2026 is nummer drie. Daarmee staat het in dezelfde traditie van praktisch vernuft waarmee bewoners dit lage land bewoonbaar en bruikbaar hebben gemaakt. Zonder bemaling zou landbouw in de polder moeilijk of onmogelijk zijn en zou overtollig water het dagelijks leven snel bepalen.
Het bestaande elektrische gemaal moest worden uitgebreid. De inlaat lag niet diep genoeg om bij lagere rivierstanden voldoende water binnen te halen en ook de pompcapaciteit moest omhoog. Waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Voorst koppelden die technische opgave aan het behoud van het monumentale stoomgemaal en aan maatregelen om de polder klimaatbestendiger te maken. De Erfgoed Deal van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed maakte het mogelijk om verleden en toekomst in één project samen te brengen.
Zichtbare plek van betekenis
Voor het waterschap had de uitbreiding in de eerste instantie functioneel kunnen zijn: een installatie op een betonnen plaat, bereikbaar voor beheer en onderhoud. De gemeente wilde de betekenis van de plek zichtbaar maken. Niet alleen omdat hier drie generaties techniek naast elkaar staan, maar ook omdat juist op deze grens tussen IJssel en polder de grote vragen rond water concreet en voelbaar worden.
Open blik naar buiten
Architect Hanneke Stenfert ontwierp het nieuwe gemaal in een cocreatief traject met bewoners, waterschap, gemeente en betrokken deskundigen. Zij keerde een vanzelfsprekend uitgangspunt om. Wie een gebouw ontwerpt, maakt doorgaans een binnenruimte. Nu echter bepaalt juist de buitenruimte het ontwerp. Open zijden, een open dak, kijkvensters en gerichte zichtlijnen verbinden de bezoeker voortdurend met de omgeving.
Ruik het water, voel de wind!
Daardoor laat het gemaal zich niet bekijken als een losstaand technisch object. De IJssel is dichtbij, de polder strekt zich achter de dijk uit, waarbij de weerselementen een eigen gang gaan. Regen blijft regen, wind blijft wind. “Als je in dat gebouw staat, voel je de verbinding tussen water, landschap en mens”, zegt Jurriënne Ossewold. ‘Je ruikt het water en voelt de wind! Je gaat als het ware op in het landschap.’
Een taal die laat ervaren
Jurriënne werd als conceptontwikkelaar en dichter betrokken toen de vraag ontstond wat deze plek bezoekers moest vertellen. Een traditioneel informatiepunt met jaartallen, capaciteit en technische gegevens lag voor de hand. Die informatie is waardevol en voor liefhebbers beschikbaar, maar bereikt niet vanzelf de mensen die eerst willen begrijpen waarom dit gemaal ook hún omgeving en toekomst raakt. Daarom werd gezocht naar een taal die niet alleen uitlegt, maar ook laat ervaren.
De paradox van de dijk
Eén van de teksten rond het gebouw heet ‘De paradox van de dijk’. Wie vanaf het land naar de rivier wil kijken, moet de dijk op. Pas bovenop worden beide zijden zichtbaar: de rivier aan de ene kant, het land aan de andere. De dijk houdt bewoners, huizen en akkers veilig wanneer het water stijgt, maar vormt tegelijk een harde scheidslijn in een landschap waarin water en land ooit veel directer met elkaar verbonden waren.
Precies daarin zit de paradox. De dijk is onmisbaar en damt tegelijk de natuurlijke beweging van het water in. Bij overvloed kan water niet zomaar het land in; bij droogte mist het land juist de nabijheid van de rivier. Steeds hoger en sterker bouwen biedt veiligheid, maar beantwoordt niet iedere nieuwe vraag. Hoeveel ruimte kan het water krijgen zonder dat bewoners hun bescherming verliezen? En hoe kan de polder water vasthouden voor de perioden waarin de IJssel zich terugtrekt?
Jurriënne Ossewold schrijft niet voor, welke ingreep de juiste is. De paradox moet vooral zichtbaar worden. “Het gaat niet over goed of fout. We hebben de dijk nodig. De vraag is hoe we opnieuw een midden kunnen vinden.” Daarmee wordt de dijk meer dan een waterkering. Het is een uitkijkpunt over twee werkelijkheden die elkaar nodig hebben, maar door mensenhand van elkaar zijn gescheiden.
Nieuw drassig land
Achter de dijk ligt verderop de polder Nijbroek, waar de toekomst van het waterbeheer niet alleen wordt besproken, maar ook in kleine en grotere ingrepen vorm krijgt. Er zijn voorzieningen aangebracht om water te sturen en langer vast te houden. Op verschillende plekken krijgen natuur, bos en biodiversiteit meer ruimte. Zulke maatregelen helpen het gebied om regenwater beter vast te houden en geeft mogelijkheden om een voorraad water op te slaan voor drogere tijden.
Andere keuzes, nieuwe verdienmodellen
Het beeld van ‘nieuw drassig land’ past bij die zoektocht. Drassig is niet langer uitsluitend een probleem dat zo snel mogelijk moet worden weggepompt. Water in de bodem en in het landschap kan ook een buffer zijn. Dat vraagt om andere keuzes en soms om nieuwe verdienmodellen.
Als feitelijk voorbeeld nemen we een agrarisch bedrijf waar een stal verdween waardoor er ruimte voor groen en biodiversiteit ontstond. Daarbij werd woningbouw elders op het erf onderdeel van een nieuwe balans.
Dergelijke voorbeelden zijn geen blauwdruk die overal kan worden uitgerold. Juist de eigen aard van de polder is bepalend. “Met de mensen van hier”, benadrukt Jurriënne. Bewoners en grondeigenaren kennen de bodem, de sloten, de natte hoeken en de gevolgen van droogte. Hun kennis en betrokkenheid maken het mogelijk om nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten die niet alleen technisch kloppen, maar ook bij het gebied passen.
Landschap als spiegel
Onder al die maatregelen ligt een bredere gedachte. Mensen staan niet buiten het landschap, al gedragen we ons soms wel zo. We trekken grenzen, leggen dijken aan, verdelen grond en proberen water naar onze hand te zetten. Tegelijk vormt het landschap de mensen die erin opgroeien. Wie als kind langs de IJssel speelde, wilgen knotte of door de uiterwaarden zwierf, ontwikkelde vanzelf een gevoel voor de rivier en haar grillen.
Water, landschap en mens spiegelen elkaar, legt Jurriënne uit. Wie over de reling van het gemaal kijkt, ziet dus niet alleen de polder. De mens kijkt ook naar de keuzes die generaties vóór hem hebben gemaakt en naar de manier waarop wij nu willen leven. Hetzelfde geldt voor verleden, heden en toekomst. Het stoomgemaal is geen afgesloten hoofdstuk en het nieuwe gemaal geen eindpunt. De drie generaties vormen één doorgaand verhaal.
Dat maakt deze plek ook tot een uitnodiging om de vertrouwde afstand tot natuur en water te verkleinen. Niet iedereen kent nog het ritme van de polder of weet hoe snel een sloot, bodem of rivier kan veranderen. Door het gemaal open te stellen, wordt waterbeheer iets anders dan een taak van bestuurders, technici en hydrologen. Het wordt zichtbaar als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Ruimte om niet te weten
De teksten op het gemaal zetten aan tot nadenken of tot het stellen van vragen. Ze willen prikkelen zonder te provoceren. Dat is een belangrijk verschil. Wie alleen hoort dat de huidige manier van waterbeheer op termijn tekortschiet, zoekt meteen naar een oplossing of schiet juist in de weerstand. Poëzie kan volgens Jurriënne iets anders doen. Zij kan woorden geven aan wat nog geen duidelijke vorm heeft en tevens ruimte laten voor twijfel.
“Als je gewoon zegt dat het gemaal in de toekomst niet meer voldoet, schiet iedereen in het doen. Dan moeten er sessies komen en plannen worden gemaakt. Deze plek nodigt juist uit om even te gaan zitten, stil te zijn en diep te voelen: we weten het nog niet. Vanuit dat niet-weten kunnen nieuwe paden ontstaan waar we met ons routinematige handelen niet komen.”
Een open toekomst
Daarom eindigt het lied van het gemaal niet met de ondergang van het gemaal. ‘Na mij wordt het anders’ is volgens Jurriënne Ossewold een cliffhanger. De regel laat de toekomst open. Misschien vraagt die om meer ruimte voor de rivier, meer wateropslag in de polder, andere vormen van landbouw of mogelijkheden die nu nog niet zijn bedacht. Zeker is alleen dat het antwoord niet van het waterschap alleen kan komen.
Zelf op het gemaal staan en beleven!
Op 3 oktober staat het gemaal de hele dag open voor Terwolde en omstreken. Bezoekers kunnen het gebouw bekijken, het gemaal van binnen zien en zich laten bijpraten over de techniek, de waterhuishouding en de ontwikkelingen in de polder Nijbroek. De verhalen, gedichten en beelden rond het gemaal plaatsen al die onderdelen in een groter verband.
Met je hoofd in de wind!
Wie komt, hoeft niet iedere pomp, sluis of watergang te doorgronden. Belangrijker is misschien wel om zelf op die plek te gaan staan. Met de voeten op het gemaal en het hoofd in de wind. De rivier aan de ene kant, het land aan de andere. Dan wordt voelbaar waarom deze installatie tegelijk een technisch hoogstandje, een erfgoedproject én een open einde is.
Het gemaal weet wat het vandaag moet doen. Water uitmalen als er te veel is, water inlaten als het land erom vraagt. Over morgen spreekt het minder stellig. Daar begint het gesprek dat op 3 oktober wordt geopend en in de komende verhalen verdergaat. Niet met de vraag óf het anders wordt, maar met de vraag welke toekomst wij achter de dijk samen mogelijk maken.
woensdag 30 september 2026
