Van dampende hotsprings naar zompige vleermuizenpoep

Na twee weken reizen en al de nodige nieuwe ervaringen, hierbij het eerste artikel over mijn belevingen in Azië. We zitten in Noord Thailand, Pai. Eerder zijn we in Chiang Mai geweest. Allebei steden in de bergen, met mooie tempels en uitzichten. In Chiang Mai hebben we meteen al veel ondernomen: we deden een trekking door de jungle waarbij we sliepen in een lokaal dorpje in een huis op palen, zodat slangen niet binnen kunnen komen. Ook hebben we geraft op een vlot gemaakt van bamboe, olifanten gevoerd, een snake farm en een krokodillen farm bezocht en gegeten op een nachtmarkt.

Tijdens het Chinese nieuwjaar in China Town probeerden de lokale Chinezen ons schorpioenen op satestokjes en krokodillenkoppen te laten eten. Die maaltijd hebben we aan ons voorbij laten gaan, we hebben snel een heerlijke bami besteld bij een van de straattentjes.

In de buurt van Chiang Mai wonen verschillende minderheden. Wij bezochten een longneck-village. Dit was een dorp waarin een stam nog volgens traditionele gewoontes leeft. De vrouwen van deze stam krijgen vanaf jonge leeftijd telkens een extra gouden ring om hun nek geplaatst, waardoor na verloop van tijd hun nek een stuk langer wordt dan die van nature is. Omdat deze ringen de nekspieren vervangen,kunnen de vrouwen deze ringen ook nooit meer af doen, dan zal hun nek breken. Ik voelde me er toch een beetje ongemakkelijk omdat je zomaar hun privéleven binnen stapt.

Vanaf Chiang Mai namen we de bus richting Pai, nog iets noordelijker en wat hoger in de bergen. Dit is een soort hippie-stadje, waar we de omgeving verkend hebben met scootertjes. Voor nog geen drie euro per dag huur je een scooter waarmee we vroeg in de ochtend richting de hotsprings reden. Omdat Pai vrij hoog in de bergen ligt, is het ‘s ochtends nog koud en na een half uur rijden over een slechte weg met steile stukken omhoog en omlaag kwamen we flink afgekoeld bij de hotsprings aan. Deze warmwaterbronnen worden door de warmte uit de aardkorst gevoed en zijn een soort natuurlijke spa, waar de warme dampen vanaf slaan. We waren er echt vroeg waardoor we er helemaal alleen midden in de jungle konden zwemmen en opwarmen in het heerlijke warme en schone water.

Tegen de tijd dat de Japanse bussen arriveerden zaten wij alweer op ons scootertje op weg naar de de Tham Lod grotten. Nadat onze eerste lekke band voor twee euro gefixt werd door de lokale fietsenmaker, zijn we met een gids deze grotten ingegaan. Door het grottenstelsel loopt een rivier, dus je vaart op een vlot door de grot en stapt uit bij het eerste deel. Het is er pikdonker en het enige licht dat we hadden was dat van een gaslantaarn die we mee hebben gekregen. Daarnaast heeft onze gids een zaklamp die hij af en toe op stukken van de grot schijnt om dingen te laten zien of uit te leggen. De grot is echt enorm en er staan en hangen stalacmieten, pilaren en stalactieten in, van soms wel tientallen meters hoog. Terwijl we in die mega-grot liepen, belandde ik bijna in het web van de grootste spin die ik ooit heb gezien, bijna net zo groot als mijn hand.

Na de wandeling opnieuw met het vlot over de rivier door de grot naar de volgende kamers. Naast je in het water tientallen forse meervallen die in de grot leven. We konden het niet laten even wat banaan overboord te gooien. Ze doken erop alsof er al maanden niet gegeten was!

De sfeer in deze grot is bijzonder: je ziet al varend over de ondergrondse rivier bijna niks, terwijl tienduizenden vleermuizen meters boven je constant hun snerpende lawaai maken en de hele grot onderpoepen. Als je omhoog kijkt zie je ze in de lichtbundel van de zaklantaarn, in groepen hangen tussen de enorme stalactieten.

Toen we in Coffin Cave, het laatste deel van grot, weer vaste grond onder de voeten dachten te krijgen bleek die te bestaan uit een dikke laag zompige vleermuizenpoep!

Via een uit de rotsen gehouwen, trap kom je in het gedeelte van het grottenstelsel waar doodskisten van ongeveer twee- tot drieduizend jaar oud liggen. Ook is er een muurschildering van duizenden jaren oud die ondertussen wel erg vervaagd is. Vanuit die toch enigszins lugubere Coffin Cave heb je een prachtig doorkijkje naar de smaragdgroene jungle die zich buiten de grot tientallen kilometers uitstrekt. Dat doorkijkje blijkt ook als uitgang te fungeren. Na wat geklauter naar buiten klimmen we eind van de middag weer op ons scootertje en crossen naar de Pai Canyon om de zon in het oerwoud te zien zakken..

Al met al twee bijzondere weken waarin het avontuur echt losgebarsten is. Volgende week gaan we naar het buurland Laos. Het land van de duizenden olifanten en hopelijk ook vele gibbons. Met die olifanten en vooral de gibbons hopen we daar net zo’n leuke tijd als in Noord Thailand te hebben! Daarover later meer.

woensdag 28 februari

Deel dit bericht