Café Titus: gezellig café aan de Stationsstraat

Twello- Leander Bakker gaat het helemaal anders doen. Het moet beter. Gezelliger. Grootser! Café Titus moet hét gezelligheidscafé van Twello zijn. Van jonge meiden die shotjes bestellen tot de vaste gasten. Café Titus moet als thuiskomen voelen. Voor iedereen. Een interview met Bakker over zijn ambitie, biljarts en Bourgondiërs.

Bakker de bar-baas. Brand los.

‘Vanaf 1 januari ben ik eigenaar van Café Titus. Veel mensen weten dat nog niet. Ik ben stilletjes erin gerold. Bewust, om zelf te wennen én de gasten te laten wennen aan een nieuwe kroegbaas.’

En jij aan de gasten.

‘Viel wel mee, eigenlijk.’

Goed politiekcorrect. Maar echt, Leander. Hoe was dat als broekie beginnen?

Bakker lacht. ‘Nouja, het is wel wennen. Ik ben geen Titus en andersom. En het blijft een dorp.’

En toen? ‘De medewerkers hebben me fantastisch opgevangen. Ik liep de eerste paar weken meer met hen mee als een soort stagiair om mee te kijken.’

Hoe kom je zo bij Café Titus? ‘Vroeger woonden wij waar nu Accent (juwelier, red.) zit. Eigenlijk was het café een lange grasstrook, een soort tuin voor ons. Toen ik hoorde dat Titus, de toenmalige eigenaar, wilde verkopen, ben ik in gesprek gegaan. Ik ben een horecaman en heb jaren voor horecaketens gewerkt. Dat Café Titus te koop kwam was een fantastische kans. Ik kon gaan doen wat ik leuk vind op de plek die voor mij heel bijzonder is.’

Ja, ja. En zelf een kroegtijger. Bakker lacht. ‘Ik hou wel van gezelligheid ja. Die slogan ‘Altijd gezellig’ is dan ook wel op mijn lijf geschreven.’

En de andere Bakkertjes waren eigenlijk Slijtertjes. ‘Ja. Mijn vader (Ruud Bakker, red.) zit schuin tegenover ons café. Kennelijk hebben we allemaal wat met het goede leven,’ grinnikt Bakker.

Wat is de droom? ‘Hét gezelligste café van Twello te blijven en nog beter te worden. Er kan bij ons veel, ik wil dat iedere gast zich thuis voelt. Er kunnen plaatjes aangevraagd worden, gepoold en lekker geborreld. Dat vind ik belangrijk.’

Hoe zit dat met die achterkant? ‘Die kun je afschermen. Daar worden veel feestjes en partijen gegeven. De ruimte heeft een aparte bar en een pool- en biljarttafel. Die kan met één druk op de knop de grond in zakken. Doordat de ruimte afsluitbaar is van het café, blijft het café altijd open. Dat is de gouden regel: ik wil niet dat het café dicht gaat.’

Net als je openingstijden. ‘Ja. Ik ga nooit eerder dicht dan onze officiële tijden. Ik wil dat iedereen kan aanschuiven. Ook al is dat ’s nachts.’

Binnen of buiten? ‘Hier? Binnen.’

Waarom? ‘Buiten wil ik echt nog aanpakken. Word ik nog een beetje droevig van. Maar ja, je kan niet alles tegelijk. Ik vind binnen het mooi dat de spiegels de zaak vergroten. Die leren bank is ook wel koning.’

Wel irritant. De ‘Wat is het hier grooooot!’-opmerking.

‘Mwoa. Mensen verwachten inderdaad vaak niet dat het café zo diep is. Vanaf de buitenkant is dat niet goed te zien. Denk wel dat straks, als we ooit dat terras gaan aanpakken, het aangezicht al heel anders is.’

En de buurt? ‘Die neem ik mee in plannen. Zo heb ik tekeningen die ik laat zien voor het Klompenfeest. Vind ik belangrijk. Zij zijn ook onderdeel van het dorp.’

woensdag 3 oktober

Deel dit bericht