De vierde generatie en het opkomende ongemak

Na lang tegenstribbelen heb ik me uiteindelijk gewonnen gegeven en heb na een vrolijk gesprek met vertegenwoordigers van het WMO me enige gunsten van het Koninkrijk der Nederlanden laten welgevallen: twee uur hulp in de huishouding en taxivervoer op afroep.

Vanwaar dat tegenstribbelen? Je niet gewonnen willen geven door jouw leeftijd. Ofschoon mijn lijf aardig begint te kraken. Van de andere kant: ik reis graag met het openbaar vervoer. Vooral op stations voel ik me op min plaats: van Deventer tot Maastricht en Utrecht/Amsterdam (zeker daar!) ben je even een deel van de grote wereld met al die rassen en talen om je heen. Enfin, ik heb nu de Plus OV en heb er al enige keren gebruik van gemaakt En ik moet zeggen: het is gezellig in de bus of taxi.

Hoe kom ik erop om jullie deze ontboezeming te schrijven?

In mijn tweede Oud is Goud citeerde ik:’ Er is veel meer zorg nodig voor kwetsbare ouderen, die nu nog thuis wonen. Het is nu al crisis.’ Nu val ik nog niet onder deze categorie, maar ik ben wel alerter geworden wat er zoal in de kranten staat. In de Volkrant van18 januari:’ Maak senioren blij met een ‘studentenhuis zonder lawaai.’. En veder: ’In een Thuishuis worden keuken, tuin, hobbykamer en washok gedeeld. ’Ik pleitte eerder in deze rubriek: ’Neem een student in huis; naar aanleiding van het goede gevoel dat ik had toen zes weken een Nepalese student bij mij logeerde.

Ook een veelbelovend artikel in Trouw van 9 februari :’Advies kabinet: help ouderen actief te blijven.’ Er staan wat getallen in dat artikel, maar deze wisselen nogal. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) want daar citeert de krant uit, heeft het over de derde levensfase, van 65 tot ongeveer 77 jaar. Het zijn de ‘jonge ouderen’, die ook na hun vijfenzestigste nog graag willen doorwerken. Tja en dan volgt de vierde levensfase volgens RVS: de periode van de slechtere gezondheid’. Dat klopt, voor mij tenminste. Maar het gaat heel langzaam, dus geen zorgen.

De samenstellers van het rapport schijven wel dat er veel verschillen tussen ouderen zijn. ‘De een is al voor zijn 65ste niet meer in staat om bij te dragen aan maatschappelijke activiteiten of heeft daar geen zin meer in, terwijl een ander ook na zijn of haar 80ste nog op volle kracht doorgaat’. Mee eens, hoewel ‘op volle kracht’…

Helpen actief te blijven. Voor onze seniorenbonden binnen onze gemeente ligt hier een grootse en aantrekkelijk taak. (Wiel Palmen)

woensdag 19 februari

Deel dit bericht